Basisbegrippen belichting |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| In deze korte uitleg tracht ik enkele basisbegrippen uit de fotografie op een eenvoudige manier uit te leggen. Als je goed overweg kan met deze begrippen wordt fotografie er een stuk uitdagender door. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Waarom belichting instellen? | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Stel, je rijdt op een zonnige dag door een tunnel. De eerste seconden in de tunnel zie je niets, alles lijkt zwart en donker. Na een tijdje geraken uw ogen gewoon aan het donker en kan je toch voldoende zien. Als je even later weer uit de tunnel rijdt, wordt je onmiddellijk verblind door het felle zonlicht. Deze situatie kennen we allemaal, onze ogen kunnen zich bliksemsnel aanpassen aan variërende lichtomstandigheden. Met een camera trachten we hetzelfde te doen door gebruik te maken van sluitertijd en diafragma. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Principe | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Om het principe uit te leggen kan je makkelijk de vergelijking maken tussen het belichten van een film en het vullen van een emmer met water. Je kan de emmer vullen met een dun straaltje, welk je lang laat lopen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
De vergelijking laat zich makkelijk raden, de tijd dat het water loopt komt overeen met de sluitertijd. De breedte van de straal komt overeen met het diafragma. Deze twee waarden moeten steeds in evenwicht zijn. Als de sluitertijd verdubbeld, moet het diafragma halveren. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Het grootste obstakel voor beginnende fotografen. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| De manier waarop de waarden van sluitertijd en diafragma aangeduid worden wekken vaak verwarring op. Sluitertijd en diafragma worden beiden uitgedrukt door breuken. Omdat dit nogal plaatsrovend is wordt de breuk vaak niet vermeld en noteert men enkel de noemer.(de noemer staat onder het streepje - ik moest ook effe googelen...) | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Hier treedt meteen de eerste verwarring op, hoe hoger het getal, hoe korter de beliching, hoe minder licht er op de film valt. In de praktijk maak je het wel eens mee dat er een wolk voor de zon komt en dat het aanwezige licht gevoelig vermindert, dit betekent dus dat je de sluitertijd moet verhogen van bijvoorbeeld 500 naar 250. Kan je nog volgen? Lees dan verder, anders lees dit opnieuw. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Net zoals bij de sluitertijden vermeldt men bij het diafragma breuken waarvan enkel de noemer vermeld wordt. Een lensopening van 2,8 laat dus dubbel zoveel licht door als een lensopening van 4. Dit zorgt voor onze tweede verwarring. We gaan terug naar ons praktijkvoorbeeld, er komt opnieuw een wolk voor de zon, maar door omstandigheden wil je uw sluitertijd niet beïnvloeden. Je moet nu uw diafragma opendraaien van bijvoorbeeld f11 naar f8. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Wil je je serieus met fotografie bezig houden, leer deze diafragmagetallen dan van buiten, je zal ze later nodig hebben als ankerpunten om belichtingen te berekenen. Het probleem met huidige digitale spiegelreflexen is dat ze ook tussenliggende diafragmawaarden kunnen instellen waardoor je een serie waarden krijgt waar absoluut geen samenhang meer in terug te vinden is. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Voor een constante belichting kan je steeds verschillende koppels van waarden vinden die een correcte belichting opleveren. Bijvoorbeeld; | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Waarom een ander programma kiezen dan het automatisch programma? | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Omdat je uw creativiteit de vrije loop wil laten gaan. Soms is het mooi een beeld te bevriezen, en soms heb je graag wat beweging in de foto. Bij een portret is een zachte onscherpe achtergrond mooi, op die manier steekt uw persoon letterlijk af tegen de achtergrond. Bij een landschap is het dan weer interessanter dat alles haarfijn en scherp afgebeeld wordt. Al deze dingen kan je zelf kiezen als je begrijpt hoe sluitertijd en diafragma werken. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Sluitertijdvoorkeuze | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Bij dit programma gaat de camera de sluitertijd vergrendelen en automatisch het diafragma aanpassen. Let op! Indien je een extreem korte sluitertijd gekozen hebt kan het beeld onderbelicht worden! Neem daarom eerst een testfoto. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Korte sluitertijd | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wil je een beeld bevriezen, zoals hieronder met het galloperende paard, kies dan een korte tijd tussen 1/500 en 1/4000. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Lange sluitertijd | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Dit is een geweldig hulpmiddel bij creatieve fotografie! En met een digitale spiegelreflex kan je hier kosteloos mee experimenteren. Voor deze techniek kies je een relatief lange sluitertijd tussen 1/60 en 1/8. (ik kies meestal 1/30 om te vertrekken) Wat je nu moet doen is uw bewegend onderwerp in de zoeker volgen met de camera. Net op het beslissende moment druk je af. Met heel wat oefening en geluk krijg je het onderstaande effect. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Diafragmavoorkeuze | |||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Bij dit programma gaat de camera het diafragma vergrendelen en automatisch de sluitertijd aanpassen. Een groot diafragma zorgt voor een zachte onscherpe achtergrond en een klein diafragma zorgt voor een grotere scherptediepte. Hier ga ik niet te diep op ingaan, neem maar aan dat dit zo is. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Groot diafragma | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Graag een onscherpe achtergrond? Selecteer een groot diafragma tussen f 1,4 en f 5,6. Hoogst waarschijnlijk zal uw camera standaard niet geleverd worden met een lens die tot f 1,4 gaat. Dit zijn specifieke lenzen die veel geld kosten. Een trucje om dit effect te versterken is zo ver mogelijk inzoomen, zet desnoods enkele stappen achteruit, en kies een zo groot mogelijk diafragma. Het resultaat wordt ongeveer een foto zoals deze hieronder. (als u een hond als model kiest tenminste) De ogen van de hond zijn scherp terwijl de achterpoten al heel onscherp zijn. Dit vind ik persoonlijk een heerlijk effect! Tip: stel altijd scherp op de ogen van uw model! |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Klein diafragma | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Wanneer alles scherp moet zijn kies je een klein diafragma tussen f 8 en f 16. Gelukkig beschikken alle lenzen over een klein diafragma. Het valt me trouwens op dat kitlenzen vaak over kleinere minimum diafragma waarden beschikken, tot zelfs f 45! Dit is echter onnuttig en het gebruik van zo'n lensopening gaat de kwaliteit van uw werk zeker niet ten goede komen, de kans op onderbelichting vermeerdert ook nog eens. Extra aandacht dient hier ook naar de sluitertijd te gaan. Algemeen wordt aangenomen dat je beter niet onder 1/125 uit de hand fotografeert. Bij 1/60 is de kans op beweging al zeer reëel. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Filmgevoeligheid ISO | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Dit is in korte lijnen ongeveer waar je rekening mee moet houden. Er is echter een factor die bij de belichting nog een heel belangrijke rol speelt. De filmgevoeligheid, uitgedrukt in ISO waarden. Daar ga ik voorlopig nog niet teveel over uitweiden. De meeste camera's zijn zo ingesteld dat ze automatisch de gevoeligheid verhogen of verlagen in extreme omstandigheden. Dit hangt uiteraard af van camera tot camera en van uw persoonlijke instellingen. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Een DT-fout opgemerkt? Iets niet duidelijk of sla ik ergens de bal helemaal mis? |
|||||||||||||||||||||||||||||||||